Omgevingskennis. Voor perspectieven uit de wereld om je heen.

Filterbubbels. Ivoren toren. Rémi. Het zijn begrippen uit verschillende generaties, allemaal om te duiden hoe beperkt je blik is als je alleen vanuit je eigen perspectief naar de wereld om je heen kijkt. Door actief te zoeken naar perspectieven in de wereld om je heen, krijg je een rijke kans om aan te sluiten bij een breed palet aan groepen in de samenleving.

Aansluiten bij de samenleving

De drijfveren voor een organisatie om aan te willen sluiten bij de samenleving, zijn divers. Denk bijvoorbeeld aan commerciële organisaties die kennis uit de omgeving gebruiken voor het ontwikkelen van nieuwe producten. NGO’s die haakjes zoeken voor het funden van hun projecten. Overheden maken gebruik van deze kennis om beleid beter te maken. Politieke organisaties zoeken naar mogelijkheden om mensen te mobiliseren of om te weten wat er leeft, journalisten willen onderwerpen op de maatschappelijke agenda krijgen.

Omgevingskennis

Omgevingskennis (contextual awareness) is de verzamelnaam voor inzicht in de perspectieven in het publieke debat, waarmee mensen in een samenleving – bewust en onbewust – gestalte geven aan hun opvattingen en wereldbeelden. De wetenschappelijke onderbouwing hiervoor ligt in de kritische discoursanalyse (critical discourse analysis, CDA). Voor degenen die daar meer over willen weten, kijk eens naar deze handreiking Discoursanalyse op de website van de Hogeschool Utrecht.

Wat kan je daar dan mee, met zulke inzichten? Twee voorbeelden, om te beginnen het met een Tegel onderscheiden onderzoek naar misogynie in de samenleving.

Coen van de Ven laat het annotatieschema zien waarmee de berichten gelabeld zijn (februari 2024). Fotografie: Tabitha Lemon

Van persoonlijke ervaringen naar maatschappelijk probleem: seksisme in de politiek

Op het VOGIN Jaarcongres 2024 vertelde onderzoeksjournalist Coen van de Ven over de onderzoeksresultaten naar misogynie in de samenleving. Luister dat terug in deze podcast. Seksisme is een ongrijpbare opvatting en lijkt moeilijk aantoonbaar. Toch is het Coen en onderzoekspartner Karlijn Saris gelukt om aan te tonen dat 10% van de vrouwelijke volksvertegenwoordigers te maken heeft met seksisme.

Dit hebben Coen en Karlijn gedaan aan de hand van een nauwkeurige data-analyse van uiteindelijk zo’n 340.000 berichten op Twitter. Dat seksisme een gegeven bleek te zijn, heeft deze politici geholpen het gesprek erover te kunnen voeren. Ze hoefden niet langer te zeggen dat ze het gevoel hadden niet voor vol aangezien te worden, maar konden reflecteren op de bevindingen van Van de Ven en Saris. Opeens was seksisme geen subjectieve beleving meer, maar een maatschappelijk probleem. Lees meer over hun onderzoek op de website van de Groene Amsterdammer.

Datagedreven beslissingen: voorspellen van de inval in Oekraïne

Een tweede voorbeeld van wat je met dit soort inzichten kan, zijn de analyses bij de NAVO die zichtbaar maakten dat een inval op handen was, en snel. Elizabeth Fry is hoofd van de Communications Analysis and Evaluation Unit bij de Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) van de NAVO. Zij opent op 6 februari a.s. het VOGIN Jaarcongres Omgevingskennis 2025.

Haar analyse-eenheid is erin geslaagd aantoonbaar bij te dragen aan datagedreven beslissingen bij de NAVO. Hiervoor vertelt zij in Vakblad C over wat zichtbaar werd vlak voor de Russische invasie in Oekraïne: “In de dagen voorafgaand aan de grootschalige invasie zagen we deze verhalen met duizenden procenten toenemen. We hebben die informatie vervolgens samengevoegd met andere inlichtingen (..) Alles bij elkaar zorgde ervoor dat alle waarschuwingslichten gingen branden en wij zeiden: er staat iets te gebeuren en het zal heel snel gebeuren.” (bron)

Signalen uit de samenleving ophalen en analyseren gaat niet vanzelf

Zoals het onderzoek van Van de Ven en Saris laat zien, maar ook de inzichten van Fry, komt bij het ontwikkelen van toepasbare omgevingskennis uit signalen veel kijken, denk daarbij aan:

  1. De bronnen. Welke bronnen gebruik je als organisatie? Hoe makkelijk heb je daar toegang toe? Hoe zit het met de privacy-aspecten? En hoe weeg je de perspectieven van die bronnen mee? Wat betekent dit voor de betrouwbaarheid van de bronnen?
  2. Verzamelmethode. Ga je alleen reactief bronnen raadplegen? Welke zoekopdrachten gebruik je hiervoor? Welke opdracht is nodig om vanuit het perspectief van de buitenwereld te zoeken? En wanneer ga je actief op zoek naar input uit bronnen die je zelf moet organiseren, zoals communicatie-onderzoek?
  3. Je analysemodel. Als je input verzameld hebt uit je bronnen, hoe maak je daar dan een analyse van? Met welke tools? Hoe ga je om met je eigen bril als analist of onderzoeker? Kan je als mens voldoende objectief en intelligent verschillende data aan elkaar verbinden?
  4. De vraag van je opdrachtgever. Waar kijk of luister je eigenlijk naar? Hebben je opdrachtgevers voldoende scherp geformuleerd waar zij de inzichten uit je analyse voor nodig hebben? Heb jij voldoende doorgevraagd naar de vraag achter de vraag? En hoe ga je om met vragen die vooringenomen kunnen zijn (in tegenstelling tot open vragen)?
  5. De aanbevelingen. Hoe verbind je je bevindingen met de vraag van je opdrachtgever? Hoe onderbouw je die vanuit je analyse of onderzoek? En hoe ga je om met je eigen mening?
  6. De presentatie van je analyse. Hoe breng je je analyse zo over, dat je opdrachtgever overgaat tot actie? Hoe doe je dat in de vaak korte tijd die je analist hiervoor krijgt? En heb je de juiste vaardigheden in huis om je analyse te presenteren?
  7. Tijdsdruk. Hoeveel tijd heb je om de analyse te maken? Met name in het veld van omgevingsanalyses voor crises is het van belang dat je als analist onder hoge druk (zowel in tijd als maatschappelijk) je analyse kan maken. Maar ook analisten die op dagelijkse basis een analyse maken voor de top van hun organisatie, moeten in zeer korte tijd ‘rode draden’ halen uit een veelheid van berichten.
Aafko Boonstra tijdens de editie 2024
Wat is echt en wat is ‘verdraaid’? Aafko Boonstra gaf een spoedcursus Factchecking op het jaarcongres 2024.  Fotografie: Tabitha Lemon

Voorbij de vrijwilligheid en vooringenomenheid

Kortom, er moet heel veel goed gaan bij het ophalen van signalen uit de samenleving, om signalen om te kunnen zetten in inzichten en aan die inzichten succesvolle acties te verbinden. Hoeveel staat treffend beschreven in een lijvig essay van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB).

In dat essay lees je bijvoorbeeld over de vele onbewuste vooringenomen denkbeelden die voorkomen dat signalen überhaupt opgemerkt worden. Ook lees je hier over de tegenstelling tussen het structuren van het omgaan met signalen aan de ene kant en de ruimte laten om verrast te worden door nieuwe inzichten uit je omgeving.

Tot slot is daar het vraagstuk van accountability; wanneer kun je zeggen dat het interveniëren op basis van omgevingskennis leidt tot beter beleid, betere producten of betere communicatie? In economisch zware tijden, is deze functie daarom nogal eens een van de eersten waarop bezuinigd wordt.

Signalen zijn nodig om te kunnen luisteren

Tegelijkertijd ontstaat er steeds meer noodzaak om actief te luisteren. “Actief luisteren is niet alleen horen wat de ander zegt, maar ook proberen te begrijpen wat de ander zegt. (bron).”

Elizabeth Fry (SHAPE/NAVO) zegt hierover in Vakblad C: “Normaal beginnen we bij onszelf en ons product. Van daaruit gaan we communiceren; vanuit wat we van ons product vinden. Maar dat is naar binnen gericht, terwijl je naar buiten moet kijken. Doe een goed publieksonderzoek en ontdek wat zij van je product vinden. Dat is een koerswijziging die ons enorm heeft geholpen bij het creëren van onze eenheid. We kijken niet naar onszelf, maar naar waarover gesproken wordt, wat mensen echt zeggen en wat dat met hun denkwijze doet. Dat zou de basis van al je communicatie moeten zijn.” (bron)

Dit zien we steeds meer. Organisaties doen meer moeite om goed te luisteren naar de klant, overheden zoeken vaker contact met de burger, projectontwikkelaars luisteren zorgvuldig naar omwonenden, belangenbehartigers leggen hun oog te luister bij hun achterbannen. Het luisteren is daarmee geen vrijblijvende activiteit, maar draagt bij aan goed beleid.

Omgevingskennis als expertise is diffuus

Het vakgebied van Omgevingskennis is klein en diffuus. Er bestaat – nog – geen representatief onderzoek naar hoe organisaties in Nederland omgevingskennis een plek geven. De ervaring leert dat alleen de naam van de functie al niet eenduidig is: ben je media-analist, omgevingsanalist, monitoringsspecialist, business analist, intelligence analist, adviseur burgerparticipatie, communicatie-onderzoeker?

Analisten en onderzoekers zijn bovendien vaak slechts in kleine aantallen vertegenwoordigd op de werkvloer, waardoor zij in de praktijk veel moeite moeten doen als zij af en toe willen sparren met een vakgenoot.

Gasten zijn aan het borrelen tijdens de editie 2024
Gasten zijn aan het borrelen tijdens de editie 2024. Fotografie: Tabitha Lemon

VOGIN Jaarcongres Omgevingskennis

Hiervoor is het VOGIN Jaarcongres Omgevingskennis. Eén dag in het jaar brengen we al deze specialisten bij elkaar om hun kennis, vragen en ervaringen uit te wisselen.

Op 6 februari a.s. bouwen we op het VOGIN Jaarcongres Omgevingskennis voort op de energie van vorig jaar. Tijdens die eerste editie ontmoetten vakgenoten uit het hele land elkaar voor het eerst in het echt, een traditie die we graag voortzetten.

Het is namelijk onze opvatting dat het essentieel is dat analisten, onderzoekers en duiders van perspectieven in onze samenleving, zich telkens voorzien weten van de laatste kennis over het vak omgevingskennis.

Scroll naar boven